Gebedsschool - Ecole de prière

Innerlijke genezing gebeurt door de barmhartige blik van Christus op onze verwondingen.

 

Bernard Dubois

 

Bernard Dubois stelt ons 4 stappen voor naar innerlijke genezing:

 

Stap 1: de bewustwording van onze emoties
Stap 2: het ontdekken van de zin
Stap 3: de keuze om te genezen of de vrijheid van de wil
Stap 4: de ervaring van de vereniging met God

 

De innerlijke genezing is geen typisch kenmerk van de Vernieuwing in de Kerk sedert het Tweede Vaticaans Concilie. Vanaf het begin van de Kerk hebben onze voorvaders in het geloof beschreven hoe de Heer kan zalven, het innerlijke van de mens tot rust kan brengen, en alle spanningen die wij in ons dragen kan laten wegvloeien, door er Zijn verzoening voor aan te bieden.
De bedoeling van deze uiteenzetting is om u te laten delen in onze ervaring van innerlijke genezing. Innerlijke genezing die men doormaakt onder psycho-spirituele begeleiding die rekening houdt met de totaliteit van het menselijk wezen in al zijn dimensies: lichamelijk, psycho-somatisch en spiritueel.

 

Na een vluchtige antropologische inleiding, zullen we ingaan op de verschillende stappen in de genezing en hoe ze verlopen.

 

Wat is eigenlijk innerlijke genezing?


Ze kan worden omschreven als de barmhartige blik van Christus die rust op de innerlijke verwondingen van de mens: op verwondingen uit zijn verleden, waarvan hij zich niet altijd bewust is. De blik van Christus, zoals die van de barmhartige Samaritaan, zuivert, brengt tot rust en tot vrede, en geneest al de wonden waarachter veel lijden schuilgaat of een verborgen angst. Maar ook: een heel afweersysteem dat men heeft opgebouwd en dat erop gericht is om de intensiteit van die verborgen pijn te verminderen en om ze draaglijk te maken.

 

Waarom zijn er zoveel verborgen pijn en angst in die verwondingen?

 

Wij zijn allemaal, zegt St.-Paulus, lemen vazen. Wij zijn allen geschapen om met iets gevuld te worden, om met God vervuld te worden,  t.t.z. om God te bevatten, zegt St.-Augustinus. De kern van ons wezen hunkert naar het geluk. Hij verlangt ernaar om te ontvangen en om te geven, om bemind te worden en om te beminnen. Zoals de drie goddelijke personen beminnen en bemind worden in het hart zelf van de Drie-eenheid. Hij hunkert ernaar om vervuld te worden met de volheid van de Heilige Geest. En die oneindige hunkering, die dorst komt voort uit het beeld waarnaar God ons heeft gevormd. Toen Hij ons naar Zijn beeld geschapen heeft, heeft Hij van ieder mens een liefdeswezen gemaakt, want God zelf is Liefde. Vanaf onze allereerste levensdag, onmiddellijk na de ontvangenis heeft ons diepste wezen er alleen maar naar gehunkerd om gevuld te worden met de oneindige Liefde. Onze eerste waarneembare ervaring van de liefde hebben wij opgedaan in de liefde tussen vader en moeder. Die liefde is gedeeltelijk in staat geweest om onze vazen te vullen op een wijze die we hebben kunnen waarnemen. Vanaf de moederschoot treedt de foetus inderdaad in relatie langs zijn zintuigen: vooral de tastzin en het gehoor. Die eerste twee zintuiglijke ervaringen doen het kind ontluiken voor de liefde. Doorheen de glimlach van zijn moeder die zich over zijn wieg buigt,  neemt het kind de glimlach van God waar. In de tederheid van zijn vader, die zowel sterk is als troostend, ontdekt het kind de blik van de Vader. De eerste ervaringen van de liefde langs zijn ouders om, die zich afspelen op het psychisch niveau, zullen dus het fundament gaan uitmaken van de opbouw van de latere relatie met God, d.w.z. van het spiritueel niveau.

Het kind ontvangt dus de liefde van zijn ouders en zijn vaas wordt gevuld. Er blijft in zijn wezen nochtans een ruimte die niet gevuld wordt, die leeg blijft. Hij heeft nog niet de totaliteit, de volheid van de liefde ontvangen die hij verwachtte. Hij heeft dus de ervaring opgedaan van het gemis aan liefde. In ieder van ons is er dus een afgrond, die ons heel ontvankelijk maakt voor de kwetsuren. Vader en moeder kunnen immers niet volkomen beantwoorden aan de volheid van het diepste verlangen naar liefde van hun kind. En precies omdat zij zelf beperkt zijn in hun wezen, en zelf ook zondaars zijn, zullen zij nooit kunnen geven waartoe alleen de Schepper Zelf in staat is. Het hart van hun kind is heel ontvankelijk voor liefde, maar het is dus ook gevoelig en ontvankelijk voor de slagen en verwondingen, d.w.z. voor het gemis, het gebrek aan liefde! Het kind ontvangt dus liefde, maar ook gebrek aan liefde van zijn ouders. Het doet aldus de tastbare ervaring op van liefde, maar ook van het ontbreken van liefde.

Het is dus normaal dat het kind bij het opgroeien de ervaring opdoet van  het gebrek aan liefde. Deze ervaring maakt deel uit van zijn opvoeding en van zijn groei.

Deze leegte in het hart van het kind brengt het in aanraking met het lijden, d.w.z. van een onlesbare dorst die de uitdrukking is van een gebrek aan volheid.   Door die leegte ervaart het kind ook voor het eerst angst, d.w.z. de vrees om in de steek te worden gelaten, de vrees om alleen te worden achtergelaten. Vader en moeder zijn voor het kind de bron van het geluk, maar achter hun glimlach, achter hun genegenheid, vermoedt het kind, en verwacht het ook de goddelijke aanwezigheid, de liefde van God Zelf, de gave van de H. Geest.

Als er de eerste zonde niet geweest was met al haar rampzalige gevolgen, dan zouden wij geestelijk gezien de zonen en dochters zijn van Adam en Eva, die ten volle in relatie staan met God. Dan zouden wij diezelfde voelbare, tastbare liefde ontvangen hebben van onze ouders, dan zouden wij meteen ten volle vervuld geweest zijn van Gods Aanwezigheid. Dan zouden wij geen lijden hebben gekend, en niet de vrees om te worden in de steek gelaten.

Nochtans bevinden wij ons nu niet in die situatie precies omwille van de gevolgen van die eerste zonde. En ieder kind dat sedertdien het levenslicht heeft gezien, heeft dus ook de afschuwelijke ervaring opgedaan van het gebrek aan liefde, en van de confrontatie met de leegte, met het niets.

Eén keer is genoeg om een eerste diepe wonde te slaan: moeder is even gaan boodschappen doen, in alle haast, omdat haar kindje slaapt. Maar het kind wordt wakker en roept haar. Ze komt niet en het weent, en dan is er niemand die naar hem toekomt. En aldus doet het kind de afschuwelijke ervaring op van de stilte tegenover zijn schreeuw. Hij ervaart voor het eerst het gebrek aan liefde als antwoord op zijn hunkering. Deze ervaring is ondraaglijk pijnlijk, want het kind is daar niet op voorbereid, het is niet daarvoor dat hij geschapen is. Omwille van dat lijden en die angst die het gevolg zijn van die kwetsuur, reageert hij daarop zoals hij kan, zoals het binnen zijn mogelijkheden ligt: hij verdedigt zich om die pijn niet meer te voelen. Hij beschermt zichzelf door te proberen zichzelf er wel alleen doorheen te slaan. Hij heeft immers ervaren dat zijn relatie tot zijn ouders, die voor hem toch de bron is van alle liefde, en die toch de voorafbeelding is van het gelaat van God, dat die relatie hem niet helemaal vervult, dat ze hem teleurstelt. En als gevolg daarvan breekt hij die relatie, daar waar hij niet de liefde krijgt waar hij met heel zijn wezen naar hunkert. Hij sluit zich af, en is niet meer bereikbaar, hij maakt zichzelf minder ontvankelijk.  Hij gaat zich dan onafhankelijk opstellen, en gaat in zijn eentje op zoek naar wat hij verlangt. Ik heb u niet nodig!schijnt hij te zeggen door die kwetsuur. Hij probeert zichzelf te troosten. Hij zoekt naar een middel om zijn eigen vaas te vullen met andere begeerten. En aldus wordt het verlangen naar liefde omgebogen. Het kind komt aldus terecht in een zoektocht naar onmiddellijke bevrediging van zijn verlangen naar liefde voor hem alleen! Hij vervangt het verlangen om bemind te worden door begeerten, en het verlangen om te beminnen vervangt hij door een streven naar macht: Ik kan het allemaal alléén aan! Dit verlangen om te overheersen drukt zich uit in een soort agressiviteit. Aldus gaat het kind, in plaats van zich te laten beminnen, op eigen initiatief de liefde van zijn ouders opeisen: hij klampt zich vast aan zijn moeder en gaat tekeer als ze hem van zich wil losmaken. Méér nog: hij is niet meer in staat om te beminnen zonder duidelijk te maken dat hij wil overheersen. Hij pleegt geweld op de ander, omdat hij zo'n pijn heeft. Hij gedraagt zich heel jaloers op zijn klein broertje dat pas geboren is. Het doel van de begeerte en van de agressiviteit is immers om de pijn te maskeren, om de pijn te verminderen, om de angst te verbergen die met de kwetsuur verbonden zijn.

Het kind mist dus het essentiële, datgene waar hij zo'n enorme behoefte aan heeft: de Goddelijke Liefde. Daarom gaat hij daarnaar op zoek bij de anderen en gebruikt daarbij zijn begeerte en blijft aldus in een relatie van agressiviteit. Zijn emoties wekken andere gevoelens op als vrees: de vrees om zijn begeerten te verliezen, de vrees om te verliezen wat hij al heeft, de vrees om zijn macht te verliezen, droefheid en ontmoediging, en ook schuldgevoel, omdat men het gevoel heeft niet aan zijn roeping te beantwoorden.  Dat zijn dus een aantal gevoelens die het gevolg zijn van verwondingen die men kan oplopen in zijn prilste jeugd. Wij zijn allemaal geschapen voor de liefde, maar we zijn gekwetst door een gemis aan liefde. En onze vaas wordt gevuld met verlangens naar overheersing, manipulatie, beslag leggen op iemand, die ons juist beletten van waarachtig lief te hebben.  Wij zijn aldus afgeweken van de koers van onze oorspronkelijke roeping die er juist in bestaat om de Goddelijke Liefde ten volle te beleven. De innerlijke genezing bestaat er precies in om achtereenvolgens vier stappen te doorlopen, die de mens zullen terugbrengen op de weg van zijn oorspronkelijke roeping, door zijn verlangen naar oneindige liefde opnieuw te richten naar zijn uiteindelijke bedoeling.

 

Stap 1: de bewustwording van de emoties

 

De eerste stap speelt zich hoofdzakelijk af op het emotionele niveau. De genezing begint bij de bewustwording van de emoties die er in mij wonen, wat wij noemen: "de terugkeer naar het hart". De ontmoeting met de liefdevolle blik die God op mij laat rusten. Totaal nieuwe blik die mij geneest, en die mij naar mijn hart doet terugkeren. Het is een blik die helemaal verschilt van de blik die ik op mezelf laat rusten, of die de anderen op mij richten. Door die blik van God word ik niet meer geoordeeld of zelfs niet geëvalueerd. Het is belangrijk dat we er hier nogmaals aan herinneren dat God niemand beschuldigt, want Hij is onze verdediger. Onze beschuldiger, de aanklager van de mensen dat is de duivel. Als de mens bekoord wordt, dan beschuldigt hij zichzelf en dan beschuldigt hij de anderen. Hij oordeelt over zichzelf en hij oordeelt over de anderen. Maar Jezus is niet gekomen om te oordelen, maar om te redden. Dat is de basis van de innerlijke genezing: die blik van Jezus helemaal in zich opnemen, die blik die vervuld is van een oneindige zachtheid, en van een oneindig diep medeleven. Een blik die mij bemint en mij vergeeft, die mij nooit beschuldigt! De ontdekking van de blik van God die op mij rust, raakt mij in het diepste van mijn we­zen, en geeft mij de ervaring van zijn onvoorwaardelijke liefde, die nooit oordeelt en nooit veroordeelt. Die blik van Jezus schenkt mij vertrouwen. Aldus laat Hij me binnentreden in de innerlijke genezing. 

In sommige situaties drukt zich dat onmiddellijk uit door de aanwezigheid van de genade in het gebed. Andere keren zal dat gebeuren door de kwaliteit waarmee een begeleider naar ons luistert. Vandaar het belang van te luisteren in een sfeer van gebed, om aldus de gave van het medelijden van Christus te ontvangen. Hetzelfde geldt voor de opvang in de Kerk: bijvoorbeeld in een bepaalde gemeenschap, of langs de steun die ge kunt onder­vinden van het Lichaam dat de Kerk is in zijn geheel, maar nooit "op zijn eentje". Laat toe dat die blik van Jezus zich ergens kan uitdrukken, want God geeft Zich langs Zijn Kerk.  Soms ook gebeurt het dat die blik van Jezus u plots treft langs een ontmoeting, langsheen een vriendschap, langs een gegeven woord. Dankzij die blik van Jezus kunnen wij bepaalde gebeurtenissen uit het verleden herbeleven, maar in de grootst mogelijke tederheid.

In tegenstelling daarmee zien we bij psychologische technieken dat er dikwijls oude emoties opnieuw opduiken als die herinneringen naar de oppervlakte worden gehaald, met heel vaak geweldig pijnlijke gevolgen, die zelfs ondraaglijk zijn. Bijvoorbeeld de techniek die men " bio-energie" noemt Die brengt oude verborgen maar zeer pijnlijke emoties weer naar de oppervlakte, om de patiënt daar dan van te kunnen bevrijden. Emoties als lijden, schuldgevoel, vrees, haat, maar zij helpen die persoon niet om die emoties te beheersen achteraf. Wij hebben al vele getuigenissen mogen horen van dergelijke ervaringen, waarin na de bewustwording van de kwetsuren, de persoon helemaal innerlijk ontredderd alleen achterblijft. Een beetje zoals een wagen waar men de onderdelen heeft uitgenomen en er geen gebruiksaanwijzing heeft aan toegevoegd hoe ge het geheel weer in mekaar moet krijgen. Aldus kan die eerste psychologische stap de zaken nog erger maken dan ze al waren! 

Bij de innerlijke genezing daarentegen speelt heel die herbeleving van het verleden zich af onder de liefdevolle blik van Jezus. Deze eerste stap noemt men de anamnese, d.w.z. het zich weer te binnen brengen van gebeurtenissen uit het verleden, en dit gebeurt onder de liefdevolle leiding van een begeleider.

Maar deze herbeleving kan zich ook voordoen tijdens relationele gebeurtenissen, die men "analoge" of gelijkaardige omstandigheden noemt. Die omstandigheden roepen in ons plots een herbeleving op van de emotionele reacties, die wij vroeger hebben doorgemaakt. Het kan gaan over moeilijke relaties met mensen, die in ons leven een  vaderrol hebben gespeeld en die dus gezag hadden over ons: de fabrieksdirecteur, de dorpspastoor, de herder van de gebedsgroep, de pater-overste van het klooster, de schoonvader. Als we deze relaties eens onder de loupe nemen en zorgvuldig de emoties nagaan die ze bij ons oproepen: agressiviteit, droefheid, jaloersheid, schuldgevoel of zo'n dingen, dan kunnen we erachter komen of we nog steeds moeite hebben met de relatie met onze eigen vader.

Heel vaak ook hebben conflictsituaties ook te maken met figuren die ons onbewust doen denken aan onze moeder: bvb. de vrouwelijke herder van een gebedsgroep, de novicenmeester of novicenmeesteres, de schoonmoeder, maar ook met vrouwelijke entiteiten als de Kerk, de gemeenschap, de parochie, de gebedsgroep, de gemeenschap.

Ik zal hier een concreet voorbeeld geven van zo'n analoge situatie. Een jonge vrouw is tussen haar vier en vijftien jaar opgevoed door religieuzen. En toen ze ons is komen raadvragen om te leren onderscheiden, heeft ze zich opeens weer herinnerd hoe ze voor die zusters stond, die nog een kap droegen, en er drong zich plots in haar een diepe diepe weerzin op. Dankzij die eerste stap, die "anamnese" dus, heeft zij vele van haar kwetsuren en de daarbij horende emoties van toen weer naar de oppervlakte kunnen laten komen. In het bijzonder die, toen de zusters haar in het pensionaat  heel vernederende straffen lieten ondergaan als bovenop een liniaal moeten geknield blijven, of haar open schrift achterop haar rug gebonden moeten meedragen. Als men die gebeurtenissen uit het verleden kan herbeleven onder de blik van Jezus, dan kan er op drie niveaus een bewustwording optreden.

Een bewustwording van de kwetsuur zelf, d.w.z. van een pijnlijke gebeurtenis waarin men een groot gemis aan liefde heeft ervaren.

Een bewustwording van de verschillende emotionele reacties, die zijn opgewekt door die gebeurtenis: lijden, angst, vrees, schuldgevoel...

En een bewustwording van de verdediging die men sedertdien heeft ingebouwd: hetzij op listige wijze door begeerten, hetzij op agressieve manier die eerder afstoot. 

Het is dus belangrijk dat we begrijpen dat deze bewustwording altijd gebeurt in een liefdevolle context. De persoon verwacht een onbeperkte liefde, en die heeft hij op dat ogenblik op wrede manier moeten missen. De sleutelervaring in onze christelijke visie op innerlijke genezing is dus altijd de liefde. We moeten er dus steeds proberen achter te komen waar en waarom die persoon op dat ogenblik de liefde heeft moeten ontberen, wat er opnieuw bij hem naar boven komt als die kwetsuur weer wordt aangeraakt.

Dan moeten we proberen uit te maken in hoever hij zich heeft afgesloten voor de liefde, door zich te beschermen om niet meer te moeten lijden, om geen angst meer te hebben. Door zich af te sluiten voor de liefde is hij op een dwaalspoor geraakt. Daardoor is hij de richting en de zin van zijn leven kwijtgeraakt. Hij is vergeten dat hij geschapen is om bemind te worden en om te beminnen. In de mate dat hij zich bewust wordt van zijn afgeslotenheid als verdediging, kan hij geleidelijk aan de uiteindelijke bedoeling van zijn leven weer terug op het spoor komen. Deze bewustwording gaat altijd langs een emotionele herbeleving! Het is erg belangrijk dat we dat begrijpen! We zijn hier nog niet op het niveau van de verstandelijke kennis. We zijn hier nog maar in het eerste stadium van de innerlijke genezing, die zich afspeelt op het emotionele vlak en in de innerlijke beleving van het hart. Om te kunnen genezen is het absoluut noodzakelijk om de emoties die met de gebeurtenis verbonden zijn te herbeleven. 

In sommige gevallen, bvb. in de loop van een begeleidingsgesprek, dankzij de kwaliteit waarmee er geluisterd wordt, kunt ge die emoties ook proberen uit te drukken. In andere gevallen is het mogelijk dat die emoties weer naar boven komen naar aanleiding van een analoge situatie, of soms ook door bepaalde emotionele technieken te gebruiken.  Technieken die de bedoeling hebben een emotionele herbeleving op te wekken van die gebeurtenis in het nu-moment. 

Wat ons betreft: die techniek kan interessant lijken, maar zij mag nooit een doel op zich zijn! Zij is slechts een middel! Een psychotherapeut heeft ons op een dag eens verteld welke techniek hij toepaste in een zwembad. Iemand van ons heeft hem toen geantwoord: " De kapel is ons zwembad! "  Het is immers wáár dat er in de loop van de liturgie, dankzij de kracht van het Woord en van de sacramenten, dankzij de charismatische intuïties als woorden van kennis, ook dankzij het genezingsgebed, de Heer het diepste wezen van ieder mens komt aanraken, precies daar waar hij het meest gekwetst is, zodat die emoties tot en met de bijbehorende tranen weer naar boven komen.

In dit stadium is het nog te vroeg om te spreken van vergeving. Het klassieke woord " Ge moet vergeving schenken" is hier nog te voorbarig, er is hier immers nog geen materie die kan vergeven worden.  Hoe wilt ge dat die persoon vergeeft, hij heeft immers nog geen voeling met zijn emoties: met zijn woede, zijn opstandigheid... Een dergelijke vraag leidt op dit niveau tot niets, behalve dat ze die persoon nog met schuldgevoelens erbovenop opzadelt. 

Hetzelfde kunnen we zeggen van het voorstel om zijn lijden op te offeren. Is die persoon zich in dit stadium wel al voldoende bewust van de diepe smart van zijn kwetsuur? Het offeren van zijn lijden en het schenken van vergiffenis, dat is het uiteindelijke doel van de genezing, maar we zijn hier nog maar in het eerste stadium. Deze eerste stap is dus noodzakelijk, we kunnen hem niet overslaan, deze bewustwording van de kwetsuur zelf en de daarbij behorende emoties. 

 

Stap 2: het ontdekken van de zin

 

Als de persoon echt geraakt wordt door de blik van Jezus die op hem rust, kan hij overgaan naar de volgende stap: het ontdekken van de zin. We komen hier in een andere laag van ons wezen: het verstandelijke niveau. In het verhaal van de Emmaüsgangers (Luk.24:13-35) zien we dat Jezus hen de Schriften uitlegt, nadat Hij hun gevraagd heeft te vertellen wat ze hebben meegemaakt, en ook om hun gevoelens daarbij uit te spreken. Op dezelfde manier moeten ook wij een pijnlijke situatie uit ons verleden herbeleven, maar in een volledig andere inkleuring, omdat deze herbeleving gebeurt in Gods aanwezigheid, hier en nu. Wat ik misschien al dertig jaar geleden heb doorgemaakt, is voor God een eeuwig NU.  Zijn blik die op mij rust, kan mij daarin doen binnengaan. Daarvóór voelde ik isolement, verlatenheid, lijden en angst in mijn wonde. Vandaag kan ik op voelbare wijze de tederheid van God gewaarworden, Zijn Aanwezigheid in mijn duisternis. Deze gebeurtenis uit het verleden vervluchtigt, wordt plotseling actueel, weer volkomen reëel, alsof de Heer mij opnieuw voorstelt om ze te beleven, maar op een totaal andere wijze, omdat Hij daar is en mij helemaal omhult met Zijn Liefde. Een dergelijke herbeleving is typisch voor wat ze noemen de genezing van de herinneringen. Het geheugen is immers niet alleen het feit van zich iets te herinneren, want in dat geval zou men alleen maar terugblikken op het verleden. Maar het is iets uit het verleden naar boven halen op een levendige, actuele, reële manier, die bijna iets sacramenteels heeft.   Zoals de priester zegt bij elke consecratie: " Wat er gebeurd is, doe dit opnieuw tot Mijn gedachtenis." Het offer dat Jezus 2000 jaar geleden volbracht heeft, wordt opnieuw actueel.

Deze "anamnese", dit zich opnieuw te binnen brengen, verlevendigt dus twee belangrijke aspecten van ons leven, dankzij de blik van God die op ons rust en dankzij de werking van de Geest in ons. Enerzijds mijn echte identiteit, die niet is wat ik denk dat ze is, ook niet wat mijn ouders zouden willen voor mij. Mijn ware identiteit bevindt zich in het hart van God, in het hart van de Vader die van in alle eeuwigheid, al van vóór de schepping van de wereld gewild heeft dat ik tot leven kwam, op een volledig unieke manier. Hij heeft mij gevlochten in de schoot van mijn moeder, door het werk van Zijn handen zegt Sint-Irenaeus, Jezus en de H. Geest. Hij alleen geeft mij de identiteit van zoonschap, zoon van God. Hij alleen geeft mij die nieuwe naam, " die alleen hij kent die hem ontvangt" zoals het staat in Apok. 2:17. 

Die blik van God op mij in dit eerste stadium, herstelt dus onze identiteit, maar herstelt ook de relatie, het gevoel van gemeenschap, en in het bijzonder de band van zoonschap. " Ik ben Uw zoon, en Gij Heer zijt mijn Vader" Een dergelijke waarheid is eeuwig, maar dit licht wordt mij niet meteen geschonken. Om waarlijk tot de ontdekking te komen dat God mijn Vader is, dat Hij mij voortbrengt als een moeder, moeten we ons echt ten volle kunnen bewust worden van al de kwetsuren die we als kind hebben opgelopen in ons vader- of moederbeeld, en dus van alle hinderpalen die zij in mij hebben opgebouwd om tot de intieme ontdekking te kunnen komen van een volkomen liefdevol beeld van Gods vaderschap voor mij.

De innerlijke genezing bestaat erin dat ik die weg ga, waarop ik opnieuw tot de Vader zal kunnen komen. Op die manier gaan we een volkomen omvorming doormaken van het verleden. Ik ga er mij van bewust worden dat de gebeurtenis als dusdanig, hoe verschrikkelijk ze op zichzelf ook geweest is, eigenlijk onbelangrijk is.  Ja, onbelangrijk!... Want het is niet die gebeurtenis als dusdanig die mij vervreemd heeft, hoe afschuwelijk ze ook geweest is, maar het is de emotionele lading waarmee ze in mijn geheugen is gegrift, want er is een angst voor het lijden mee verbonden, een vlucht voor die angst of ook nog een haat. Het zijn die emoties die ik slecht verwerkt heb in het verleden, die de gebeurtenis voor mij traumatisch maken en mij vastpinnen op die gebeurtenis.

Aldus is het mogelijk dat twee verschillende mensen dezelfde gebeurtenis heel anders verwerkt hebben en er dus volkomen verschillend aan terugdenken, omdat de manier waarop ze toen die gebeurtenis emotioneel hebben waargenomen totaal verschillend is geweest. Die gebeurtenis die een sterke emotionele reactie heeft teweeggebracht en een emotionele verdediging heeft ingebouwd is opgeslagen in ons zintuiglijk geheugen, omdat ze langs onze zintuigen is binnengekomen: dingen die we gezien hebben, en gehoord of lichamelijk gewaar zijn geworden. Het gezicht, het gehoor en de tastzin, dat zijn de drie belangrijkste zintuigen.

De genezing van het geheugen bestaat erin dat we die gebeurtenis weer naar boven laten komen met heel de emotionele lading die ermee verbonden is, en die zich heeft vastgezet op het zintuiglijk bewustzijn, dat gekwetst is. Een man vertelde dat hij als jongetje van zes  opeens de afschuwelijke ontdekking had gedaan dat zijn vader zich had opgehangen. Als volwassene zaten die verschrikkelijk pijnlijke beelden nog steeds even scherp in zijn geheugen. Het genezingsgebed heeft zich in dat geval vooral gericht op de genezing van de beelden die hij gezien heeft, doorheen de emotionele herbeleving en heeft die obsessionele beelden uit het verleden volledig weggenomen, beelden die die man erg gehinderd hebben om open te bloeien in zijn leven.

De genezing van het geheugen gebeurt voor het Heilig Sacrament, in aanwezigheid van de Heer, die een balsem legt op al die pijnlijke wonden. Zij maakt het mogelijk om de zin te ontdekken van dat lijden.  Anders zou dit lijden op zich absurd zijn, volslagen zinloos. Maar nu krijgt ze zachtjesaan een nieuwe betekenis in het Lijden van Jezus. En zelfs kan ze geleidelijk aan ons meer en meer openen voor de Liefde. Het is immers zeker zo dat haat lijden met zich meebrengt. Maar van nu af aan ontdekken we, dankzij het offer van Jezus, het innige verband dat er bestaat tussen het lijden en de Liefde. Het lijden kan waarlijk de plaats zijn, niet van de haat, maar van de zelfgave, de plaats van de Liefde. En de liefde geeft zin aan het lijden.

 

Stap 3: de keuze om te genezen of de vrijheid van de wil

 

In de derde stap gaan we ons op weg begeven. Op dit moment ben ik nog niet in staat om op weg te gaan. Ik kan nog geen stap verzetten. De Heer is nochtans aan het werk. Hij is mij komen aanraken, en ik ben al een beetje beginnen zien. Net zoals voor de blinde Bartimeus heeft Jezus klei genomen en het vermengd met zijn speeksel. Hij heeft het op mijn ogen gestreken en mij gevraagd: " Ziet ge al iets? " Ik begin zachtjesaan al wat contouren waar te nemen, maar ik verzet mij nog niet. Dat zijn de twee eerste stappen die we hiervoor beschreven hebben. Vanaf het moment dat ik klaarder zal zien, zal ik mij ook op weg kunnen begeven.

Dit zich op weg begeven situeert zich niet op het emotionele niveau, ook niet op het verstandelijk niveau, maar daar waar gesproken wordt van "het zuiverste punt van de ziel". Dit is het niveau van de keuze, van de vrijheid en van de wil. Dit is een heel belangrijk stadium omdat we hier moeten de keuze maken om te verzaken aan de leugen, aan de valse  zekerheden, aan de gehechtheden, aan de macht, aan heel dat afweersysteem dat ik heb opgebouwd en weer tevoorschijn haal. Ik zal mij daarvan helemaal moeten ontledigen en aan mezelf moeten sterven, en aan mijn verlangen naar macht, aan mijn begeerten, die me hebben leren leven in een schijnwereld in plaats van in de werkelijkheid. Deze neerwaartse beweging, deze ontlediging wordt ook genoemd "de rouwperiode". Het is echt een periode waarin er wordt gewerkt aan het tot stand komen van iets nieuw: het veranderen van ons streven naar macht in een geest van dienstbaarheid, van de behoefte om te weten in kennis, van de schijn naar het wezenlijke.

Het is natuurlijk ook noodzakelijk dat we hier de keuze maken om te vergeven, om in te treden in een weg van bekering. Dat ik ervoor kies om te beminnen en om de Liefde van God te ontvangen in mijn kwetsuur. Dit moment waarop we moeten kiezen is wezenlijk belangrijk! Het maakt het ons mogelijk om onze verantwoordelijkheid op te nemen. 

Wanneer we zijn gekomen op het niveau waar we verantwoordelijkheid moeten opnemen, worden we ons bewust van de zonde. De hedendaagse psychologie heeft gelijk als ze de mensen van hun schuldgevoelens wil bevrijden. Maar zij vergeet dat we wel moeten leren om onze verantwoordelijkheden ernstig te nemen. Zij maakt geen onderscheid tussen schuldgevoel en schuldbewustzijn. Het is nochtans belangrijk om die twee uiteen te houden.

Schuldgevoelis een emotie. Het is een gevoel dat men lelijk is, niet bemin­nenswaardig, niet zoals zou moeten zijn, een gevoel dat men onwaardig is en slecht. Een voorbeeld: Martine betrapt als ze drie jaar is haar grote broer die de portefeuille van zijn vader aan het stelen is. Die broer maakt zich kwaad, vliegt uit tegen haar en duwt haar met geweld naar buiten. Vanaf dat ogenblik heeft dat kleine meisje een schuldgevoel naar die broer toe. Zij heeft het gevoel dat ze niet beminnenswaardig is. Want in de mate dat die broer haar ruw en met geweld behandeld heeft, is er bij haar een schuldge­voel ontstaan omdat zij hem betrapt heeft toen hij aan het stelen was. Een dergelijk gevoel dringt niet noodzakelijk door tot het bewustzijn. Zij heeft het gevoel dat ze het niet waard is om bemind te worden, maar ze weet niet waar dat gevoel vandaan komt, wat erachter steekt. Zij voelt zich niet beminnelijk, maar ze is er niet van bewust bij welke gebeurtenis dit nare gevoel ontstaan is. 

We merken zo'n gevoelens vaak in onderlinge relaties, in onze relatie met God en met onszelf. We voelen een pijnlijke emotie van onwaardigheid, een indruk van niet bekwaam te zijn, van iets niet te kunnen, van iets niet te weten, van niet mee te kunnen, maar zonder te weten waar dat gevoel vandaan komt. En om dat gevoel te verbergen hebben we vaak een pose aangenomen van hoogmoed en meerderwaardigheid: "Ik ben de beste, ik ben beter als gij, ik heb gelijk..." Of precies omgekeerd: dan plaatsen we onszelf in de slachtofferrol: " Het zijn de anderen die niet van me houden, het zijn de anderen die nooit aan mij denken..." Dit is allemaal een gevolg van verkeerde schuldgevoelens.

Aan de andere kant bestaat er dus een andere soort schuld, die niet afhangt van mijn emoties, maar van de vrije keuze waarvoor ik mij gesteld zie.  Dat is wat we noemen het schuldbewustzijn . Koning David drukt dat uit, wanneer hij zegt : " Tegen U, en U alleen heb ik gezondigd. Wat verkeerd is in Uw ogen, heb ik gedaan." Dat wil zeggen dat ik heel goed wist dat ik dat niet had mogen doen, maar ik heb het toch gedaan.

Het is heel belangrijk om dat onderscheid te zien tussen die valse schuldgevoelens en het bewustzijn van gezondigd te hebben! Pas als we dat verschil goed zien, kunnen we ook geleidelijk aan groeien naar vergiffenis. Op de eerste plaats vergiffenis die wij van God ontvangen, en dan vergiffenis die wij ook aan anderen schenken.

Intreden in die vergiffenis doet ons ook groeien in vertrouwen en overgave. Als we met lijden geconfronteerd worden denken we vaak dat God verantwoordelijk is voor het kwaad en voor het lijden. Kijk maar naar de vragen die zich altijd opdringen in een gesprek met niet-gelovigen: " Als God zou bestaan, en als Hij echt goed zou zijn, dan zou Hij toch al dat onschuldig lijden niet toelaten." Dat is de steen des aanstoots waar ze altijd weer over vallen.

Vergiffenis is onmogelijk als wij ons niet openstellen voor Gods Liefde in een relatie van vertrouwen en overgave. Dat betekent dat we moeten komaf maken met alle gedachten die op een of andere manier twijfel doen binnensluipen: " Als God goed zou zijn, dan zou Hij niet hebben toegelaten dat mijn vader zich zus of zo tegen mij gedragen had... Als God een echte Vader was, dan zou Hij niet hebben toegelaten dat ik wees ben geworden..."

Dat vraagt dus een hele heropvoeding, die mij in staat gaat stellen om te ontdekken dat er in God geen enkele gedachte aan het kwaad bestaat.  God is volkomen onschuldig! Zijn Almacht manifesteert zich niet met trompet­geschal en fanfares, zij verplettert niet, zij is oneindig kwetsbaar. Zij is in zekere zin machte loos tegenover de vrijheid van de mens waarmee hij 'nee' kan zeggen. Als God geconfronteerd wordt met onze onwil door de zonde, dan reageert Hij met volkomen machteloosheid, die de Almacht is van het Kruis...

De kracht van God bestaat vooral in zijn uiterste kwetsbaarheid op het Kruis. Het is aldus dat Hij de macht van de haat zal breken. Laten we onze God zo leren kennen; oneindig zacht, fijngevoelig, eerbiedig, onschuldig, kwetsbaar... Maar tegelijk veeleisend, bijna koppig om ons te redden, om ons te beminnen, om naar ons te blijven zoeken. De fout bij uitnemendheid, waarvan wij ons maar zelden bewust zijn is het verlies van vertrouwen in Hem... Omdat ik de liefde van mijn ouders hebben moeten missen van in mijn prille jeugd, omdat ik dat heb ervaren als een verraad van de Bron van het leven, heb ik mij afgesloten. Ik heb geroepen en mijn moeder is niet dadelijk gekomen, ik heb hulp gevraagd aan mijn vader en hij heeft mij niet eens geantwoord.  Ik voel verraden mij door haar zelf die mij het leven heeft geschonken, en nu, in mijn wonde, waar het mij pijn doet heb ik dus geen vertrouwen meer... Door het vertrouwen in mijn ouders te verliezen, verlies ik ook vertrouwen in het leven en in God.

Als God ons komt bezoeken, raakt Hij ons precies daar waar ons vertrouwen is geschonden, daar waar wij gewond zijn en verraden. Het is precies daarom zo moeilijk om ons te laten beminnen, om ons te durven overgeven in de armen van God. Het gaat hier nochtans om een heel belangrijke gave: innerlijke genezing, ervoor kiezen om zich door God te laten doen. De ervaring bevestigt het: de angst is de eerste emotie die opkomt in ons hart, vanaf het ogenblik dat we aanvaarden om ons door God te laten doen.

Waarom? Omdat ik schrik heb. Ik heb schrik dat ik opnieuw ga verraden worden. In de grond van ons hart komt onze vrije wil in opstand, hij verzet zich: Nee, ik wil het niet. Maar nog dieper, in het allerdiepste van ons wezen is er nog een andere wil. Het is van die wil dat Sint-Thomas van Aquino zegt: " De wil van de bovennatuurlijke Liefde verzucht in ons. Amen. Kom naar de Vader. Maranatha. Kom Heer Jezus." Als we deze dubbele verzuchting beleven, in die pijnlijke tweestrijd, dan zullen we weten dat het hier gaat om een authentieke geestelijke ervaring. Johannes zegt het aldus: " God kwam bij de Zijnen, en de Zijnen hebben Hem niet ontvangen." God klopt op de deur van ons hart, en we doen niet open voor Hem, wij nagelen Hem op een kruis.  Nochtans is deze Liefde van God er alleen maar voor ons, en vandaag richt Ze zich tot mij persoonlijk. En toch is het zo onvoorstelbaar moeilijk om mij te laten beminnen door een God die zo kwetsbaar is.

Het is natuurlijk waar dat we die weg niet op één dag kunnen afleggen.  Om zo'n weg te gaan hebben we tijd nodig, en veel geduld.  We zouden heel dikwijls willen dat een genezing zich ineens en helemaal voordoet, of dat die genezing van buitenaf komt. Bovendien zouden onkwetsbaar willen zijn, een onkwetsbaarheid die eigenlijk onze afwijzing van het Kruis verbergt. Maar we moeten het goed begrijpen dat elke genezing de weg van het Kruis moet gaan. Genezen betekent dat ik nog altijd pijn en angst zal blijven voelen. Maar ik zal dat heel anders gaan beleven! Wij genezen niet van de kwetsuren op zichzelf, zeker niet van de allerdiepste, want die zullen pijnlijk blijven, maar wij genezen van onze reacties op die kwetsuren, als bv. haat en begeerte.

Het is natuurlijk waar dat de Heer met spoed kan genezen. Maar in het algemeen moeten we ondervinden -soms zelfs op een pijnlijke manier - dat innerlijke genezing een heel proces is dat een tijd kan duren. Het gebeurt slechts geleidelijk aan en het vraagt dus veel geduld. We mogen niet vergeten dat het joodse volk veertig jaar in de woestijn verbleven heeft, wat bijna een heel mensenleven is. De weg van de genezing vraagt een heel leven.

En wat wij heel vaak vaststellen bij anderen, maar ook bij onszelf dat is dat wat wij innerlijke genezing noemen slechts het overschrijden is van een bepaalde drempel, een volgende stap op een weg die nooit ten einde is, en altijd verder gaat. We zullen dus nooit kunnen zeggen: "Zo, nu ben ik genezen! Dat is nu voor mekaar." Het is immers zo dat een paar jaren later bepaalde symptomen weer kunnen opduiken, maar de beproevingen die er dan mee gepaard gaan, zullen ons dan nog dieper uitzuiveren. 

We kunnen immers ook nooit zeggen: "Ziezo, ik heb alles vergeven. Dat is allemaal geregeld." Het vergiffenis schenken is immers ook altijd een weg. We begeven ons op een bepaald ogenblik inderdaad op de weg van de vergeving, maar we kunnen nooit ergens zeggen dat dat proces nu helemaal af is, dat wij vergiffenis hebben geschonken. Dat zou een illusie zijn. Neen, ons uiteindelijk doel is om als genezen mens te sterven, om als verzoende mens te sterven, zoadat we kunnen hopen om aldus recht naar de hemel te kunnen gaan. 

 

Stap 4: De ervaring van de vereniging met God.

 

We komen aldus aan de vierde stap: de ervaring van de vereniging met God. Als de innerlijke genezing een weg is die we slechts kunnen afleggen met geduld, is het anderzijds ook waar dat ik die weg nu ga. Het gaat er niet om te zitten wachten op een genezing die zich plots voordoet en dan al helemaal af is, maar wij kunnen reeds vooraf iets gewaarworden van de tekenen van het Koninkrijk. We kunnen de ervaring opdoen dat het Koninkrijk er reeds is. Dit is toch een belangrijke ervaring voor ons, die toch beweren te leven vanuit de Geest! 

Hier in het westen is in het verleden het geloofsleven heel vaak voorgesteld als iets van ons verstand, of als iets dat moest veruitwendigd worden in allerlei acties, en niet als de uitdrukking van een dieperliggende geestelijke ervaring. In de eerste Kerk was dat nochtans niet zo: de eerste christenen lééfden van het leven in de Geest.  Deze ervaring van het leven in de Geest verschilt sterk van verschijnselen die zich voordoen zoals in New Age, pseudo-mystieke ervaringen of ervaringen van natuurmystiek, zoals die beschreven worden in het hindoeïsme  of het boeddhisme. We zullen om te eindigen een paar voorbeelden beschrijven van het " hier en nu " van het Koninkrijk.

Vooreerst: de vreugde, en de vrede van God zijn iets heel anders dan het rustige afwachten of de innerlijke rust, die iedereen in de wereld kan waarnemen. Het gaat om een gave van de H. Geest, de vreugde van Jezus die niemand ons kan geven, om Zijn vrede, die alle verstand te boven gaat. Niemand anders dan de Heer zelf kan ons die geven, Hij zegt het ons ook: " Ik geef u Mijn vrede." Wij herkennen deze gave van God aan het feit dat vreugde en vrede samengaan met beproevingen, met angst en met lijden. Als wij lijden, maar ondertussen in de vrede blijven, als we angst hebben, maar innerlijk vreugdevol blijven, dan weten we dat de H. Geest in ons aan het werk is. Dat is een teken van een waarachtige geestelijke ervaring. Aldus gaan lijden en angst een andere smaak krijgen, want lijden vanuit een innerlijke vreugde maakt de beproevingen veel lichter, soms zelfs zacht. Maar lijden vanuit een innerlijke weerstand, maakt het lijden ondraaglijk, en maakt de beproevingen verpletterend. Daarom zegt de pastoor van Ars: " Een vredige smart is geen smart meer. "

Een ander teken is de liefde, de agape. In haar hoogste vorm betekent dat de gratis liefde, de belangeloze liefde of ook nog: de liefde tot de vijand. De aanwezigheid van de Geest openbaart zich door het vermogen om diegene te beminnen die mij niets geeft, degene die mij zelfs pijn doet. De innerlijke genezing doet ons intreden in deze ervaring, in dit vermogen om te bemin­nen, om te vergeven, daar waar we zo gewond zijn en zo'n pijn hebben. Wij hadden zo'n liefde verwacht, en we hebben die niet gekregen. Als reactie hebben wij onszelf afgesloten en geweigerd om ons te laten beminnen, wij hebben geweigerd om te beminnen zonder iets terug te krijgen. De H. Geest herstelt in ons het vermogen om belangeloos te beminnen, d.w.z. dat we opnieuw ontvankelijk worden voor de liefde, dat we opnieuw in de liefde gaan geloven, daar waar we verraden zijn geworden in onze jeugd. En dat we gaan aanvaarden om belangeloos te geven, zelfs datgene wat we zelf niet ontvangen hebben. Deze liefde, deze agape is iets heel anders dan de zinnelijke liefde, wat de Grieken de eros noemen. Ook iets anders dan de vriendschapsliefde, waarover ook Jezus heeft gesproken toen Hij zei: " Als gij bemint wie u beminnen , hebt gij niets méér gedaan dan de heidenen. " De agape-liefde is een liefde die alleen maar geeft en steeds opnieuw, zonder ooit iets terug te verwachten. Dat is het teken van de naastenliefde, het teken van de goddelijke Liefde.

Derde teken: het berouw. Het is een teken van het leven in de Geest. Het is het bewustzijn van onze zonde, dat tegelijk pijnlijk, maar ook vreugdevol is, het bewustzijn van de Liefde van God voor mij! Door de werking van de genade wordt het hart vloeibaar, het wordt verbrijzeld, helemaal fijngemalen. Ik zie het vernietigingswerk dat ik heb aangericht en ik word er mij ten volle van bewust dat ik het zelf vrijwillig heb veroorzaakt, door mij af te sluiten voor de liefde.  Ge zult herkennen dat de H. Geest werkt in u, als er in deze bewustwording geen enkel spoor is van beschuldigingen, of van oordelen of veroordelingen. Ge ziet welk een afschuwelijke innerlijke relationele catastrofe ge hebt aangericht, ge voelt een diepe pijn omdat ge de liefde gekwetst hebt, maar ge voelt u niet beschuldigd, niet geoordeeld, en niet veroordeeld. En paradoxaal treedt er een innerlijke vreugde op, de vreugde dat ge bemind wordt, onvoorwaardelijk, de vreugde dat ge in eer hersteld wordt. Elk schuldgevoel wordt hier uitgewist in de vertrouwensvol­le bekentenis: " Tegen U, en tegen U alléén heb ik gezondigd." Ge moogt er zeker van zijn dat als ge een zekere neerslachtigheid voelt, als ge uzelf nog steeds beschuldigt, of nog steeds veroordeelt, dan is dat teken dat ge u nog steeds op het psychisch niveau bevindt. Dan hebt ge de ervaring van de Geest in u nog niet gesmaakt, dan bevindt ge u nog op het niveau van uw geweten dat u te neer drukt, en staat ge nog bloot aan de verleiding om uzelf te veroordelen.

Een ander teken is de toenemende aanvaarding van uw verwondingen, in het bijzonder van de meest intieme, de diepste verwondingen uit de eerste kindertijd, die altijd te maken hebben met het zich in de steek gelaten voelen. Deze aanvaarding van de verwondingen wordt een dagelijkse rijkdom, in de mate dat ge ze als offer kunt aanbieden, en dan zult ge ontdekken dat ze u veel dieper verenigen met God, wat zal blijken door een veel diepgaander medelijden, medelijden met wie lijdt. Compassie: lijden met, het lijden van de ander meebeleven. 

Nog een teken is het getuigenis. Het getuigenis, zeker als ze op weerstand stuit en vervolgd wordt, is een zeker teken van het leven in de Geest: durven zeggen, met kracht en zonder enige vijandigheid dat alleen Jezus redt! Durven getuigen van wat de Heer doet in mijn leven.  Als wij durven getuigen dat Jezus de enige Redder is van de wereld, de Zoon van de levende God, waarachtig God en waarachtig mens, terwijl uw toehoorder ermee spot of u beschuldigt van onverdraagzaamheid, als ge dan vredevol kunt blijven en zachtmoedig, dan zult ge weten dat de Geest in u werkzaam is, en u de juiste woorden ingeeft. /

We zouden zo nog vele voorbeelden kunnen geven: geduld, volharding in de beproevingen, genezingen zowel lichamelijk als geestelijk. Al deze tekenen zijn een uitdrukking van het leven van het Koninkrijk midden onder ons. Nog niet in hun volheid natuurlijk, want we blijven ons nog altijd bewust van onze verwondingen, we blijven ze voelen en verzetten ons er soms terug tegen, of we voelen ons weer schuldig, of het is weer moeilijk om iemand te vergeven, maar ondanks alles zijn er soms toch ook momen­ten waarop we ons gedragen voelen door de genade. Als de Heer ons leert dat het Koninkrijk reeds midden onder ons is, en ons er soms al een voor­smaak van wil geven, is dat omdat Hij ons aldus wil bemoedigen, omdat Hij ons wil aantonen dat wat Hij belooft wáár is. Hij geeft ons reeds een voorsmaak, en belooft ons de volheid. 

We hebben aldus de vier belangrijkste stappen beschreven om te komen tot innerlijke genezing. Het is belangrijk dat we ze goed kennen, niet met de bedoeling om de mens te vangen in een stereotiep schema. Het is niet de bedoeling om precies vier stappen te beschrijven, maar om een richting aan te geven, om een aantal merkstenen aan te duiden. Er zal in ons leven altijd een ruimte zijn waar de Geest aan het werk is, waar de mens zijn diepste zelf onder Gods blik op het spoor komt en het ook kan uitdrukken. Het is moeilijk om deze ruimte te proberen onder te verdelen in een soort schema, of te vangen in een of andere verklaring.  Maar deze rode draad doorheen het geheel is er wel, en kan ook heel erg dienstig zijn voor onze persoonlij­ke geschiedenis of in de geestelijke begeleiding. Zoals Klein Duimpje hebben we hier een aantal witte steentjes die onze weg aanduiden die ons zal brengen naar de Vader.

De eerste stap hebben we leren kennen als het emotionele niveau. De tweede stap is die van het verstandelijk niveau, de derde stap die van de persoonlijke keuze, en de laatste stap is die van de persoonlijke ontmoeting met de Heer. Als wij achtereenvolgens deze stappen durven nemen, worden we getuigen, zoals de Emmaüsgangers die terugkeerden naar Jeruzalem en het uitriepen: " Wij hebben de verrezen Christus ontmoet. "

Als wij innerlij­ke genezing zelf meemaken, dan dragen wij in ons eigen lichaam de wonden van Christus. Wij kunnen getuigen worden van de dood en van de verrijzenis van de Heer, als we ook echt met Hem verbonden zijn in ons eigen leven. We zullen onszelf pas loslaten als we ontdekken hoezeer God om ons bekommerd is en ons  tegemoet komt als Hij onze kwetsbaarheid ziet. Wij worden aldus zelf afbeelding van Christus die gestorven is en verrezen uit liefde voor ons.