Toespraak van Benedictus XVI tijdens de gebedswake met de jeugd in de hippodroom van Randwick


Sydney, 19 juli 2008

 

Zeer geliefde jongeren,

Wij hebben vanavond, opnieuw de grote belofte van Christus gehoord: “gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde” (Hand. 1,8). Dat zijn de laatste woorden die Jezus vóór Zijn hemelvaart gesproken heeft. Wat de apostelen gevoeld hebben toen ze dit hoorden, kunnen we ons slechts inbeelden. Maar wij weten dat hun diepe aanhankelijkheid aan Jezus en hun vertrouwen op Zijn woord, hen ertoe aangezet heeft samen te blijven en te wachten; geen doelloos wachten, maar samen, in gebed verenigd, met enkele vrouwen en Maria, in de bovenzaal (cfr. Hand. 1,14). Vanavond doen wij hetzelfde. Vóór dit kruis, dat zoveel gereisd heeft en vóór de icoon van Maria, onder het prachtige zuiderse gesternte, komen wij bidden. Deze avond, bid ik voor u en voor de jeugd van de hele wereld. Laat u inspireren door het voorbeeld van uw patroonheiligen! Ontvang de zeven gaven van de Heilige Geest! Zie de kracht van de Heilige Geest in uw leven en geloof erin!

Gisteren spraken we over de eenheid en harmonie in Gods schepping en onze plaats daarin. We brachten in herinnering hoe wij, die geschapen zijn naar het beeld en de gelijkenis van God, opnieuw geboren werden door de grote gave die het doopsel is, wij werden aangenomen kinderen van God, nieuwe schepselen. Dus als kinderen van Christus’ licht – gesymboliseerd door de brandende kaarsen die u in de hand houdt – leggen wij in onze wereld getuigenis af van de pracht die door geen enkele duisternis kan verjaagd worden (cfr. Joh. 1,5).

Vanavond richten wij onze aandacht op de manier waarop wij getuigen worden. Wij hebben er nood aan de Persoon van de Heilige Geest te kennen en wij hebben nood aan Zijn levenwekkende aanwezigheid in ons leven. Dat is niet gemakkelijk! De verscheidenheid van de beelden die wij in de Schrift over de Geest vinden – wind, vuur, adem –wijst erop hoe moeilijk het is duidelijk over Hem te spreken. Doch, wij weten dat het de Heilige Geest is die, alhoewel stil en onzichtbaar, richting en inhoud geeft aan ons getuigenis over Jezus Christus.

U weet, dat wij als christen getuigen in een wereld die in vele opzichten kwetsbaar is. De eenheid van Gods schepping is verzwakt door kwetsuren die erger worden wanneer sociale relaties verbreken of wanneer de menselijke geest bijna verbrijzeld wordt door uitbuiting of misbruik. Feitelijk brokkelt de hedendaagse samenleving af door een denkwijze die kortzichtig is van aard, omdat ze de horizont van de waarheid over het hoofd ziet – de waarheid over God en over ons. Het relativisme alléén, slaagt er niet in de werkelijkheid in haar geheel te vatten. Het kent de principes niet die ons in staat stellen om in eenheid, ordening en harmonie te leven en te groeien.

Wat antwoorden wij, als getuigen van Christus, aan een verdeelde en afbrokkelende wereld? Hoe kunnen wij hoop op vrede, genezing en harmonie bieden aan die “staties”, oorden van conflict, lijden en spanning, waar u met dit Kruis van de Wereldjongerendagen hebt willen bij stilstaan? God heeft ons voor mekaar gemaakt (cfr. Gen. 2,24) en we kunnen alleen in God en in de Kerk de eenheid vinden die we zoeken. Doch, ten overstaan van onvolmaaktheden en ontgoochelingen, zowel individueel als institutioneel, zijn we soms geneigd een “volmaakte” gemeenschap te willen bouwen. Dat is geen nieuwe bekoring. De geschiedenis van de Kerk kent vele voorbeelden van pogingen om de menselijke zwakheden en mislukkingen te omzeilen door een volmaakte eenheid, een spirituele utopie te creëren.

Zulke pogingen om de eenheid op te bouwen, ondermijnen haar namelijk! De Heilige Geest scheiden van Christus, die in de institutionele structuur van de Kerk aanwezig is, zou de eenheid van de christengemeenschap, die juist een gave is van de Geest, in gevaar brengen! Dat zou de aard van de Kerk als levende tempel van de Heilige Geest, geweld aandoen (cfr. 1 Kor. 3,16). Het is de Geest namelijk die de Kerk op de weg van de volle waarheid leidt en haar eenheid verzekert door gemeenschap en dienstbaarheid (cfr. Lumen Gentium, 4). Helaas, de bekoring “om op zijn eentje door te gaan” blijft. Sommigen spreken over hun lokale gemeenschap als over een realiteit die los staat van de zogezegde institutionele Kerk; de eerste vinden zij soepel en open voor de Geest, de tweede, streng en zonder de Geest.

De eenheid behoort tot het wezen van de Kerk (cfr. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 813); zij is een gave die wij moeten erkennen en koesteren. Laat ons vanavond bidden om vastbesloten de eenheid te laten groeien. Bouw eraan! Weersta aan de bekoring u eraan te onttrekken! Want het is juist de volheid, de brede horizont van ons geloof – stevig en open, samenhangend en dynamisch, waarachtig en altijd gericht op dieper inzicht – die wij de wereld kunnen bieden. Geliefde jongeren, is het niet omwille van uw geloof dat vrienden in moeilijkheden of die op zoek zijn naar een zin in hun leven, zich tot u keren? Wees waakzaam! Leer luisteren! Kan u doorheen de tegenstrijdigheden en de verdeeldheid in de wereld, de eensgezinde stem horen van de mensheid? Van een verlaten kind in een kamp van Darfour, een adolescent in verwarring, tot een angstige ouder in een of andere voorstad, of misschien op dit ogenblik zelf, vanuit de diepte van uw hart, overal stijgt dezelfde kreet naar menselijkheid op die hunkert naar erkenning, samenhorigheid, eenheid. Wie voldoet dat wezenlijke menselijk verlangen naar eenheid, verbondenheid, verrijking, waarheid? De Heilige Geest! Dat is Zijn rol: het werk van Christus tot voltooiing brengen. Verrijkt met de gaven van de Geest zal u de kracht hebben verder te kijken dan met een halve blik, dan een uitgeholde utopie en de onbestendigheid van het moment, om de samenhang en zekerheid van het christelijk getuigenis te kunnen bieden!

Geliefde vrienden, als wij het Credo bidden, zeggen wij: “Ik geloof in de Heilige Geest, die Heer is en het leven geeft”. De scheppende Geest is Gods macht die leven geeft aan heel de schepping en die de bron is van een nieuw en overvloedig leven in Christus. De Geest houdt de Kerk verenigd met de Heer en trouw aan de apostolische traditie. Hij is Degene die de Heilige Schriften geïnspireerd heeft en die het volk Gods naar de volheid van de waarheid leidt (cfr. Joh. 16,13). Het zijn allemaal manieren waarop de Geest “het leven geeft”, ons naar het hart zelf van God leidt. Hoe meer wij de Geest toelaten dat Hij ons leidt, des te groter zal onze gelijkvormigheid met Christus zijn en des te dieper onze onderdompeling in het leven van de drie-ene God.

Deze deelname aan Gods natuur zelf (cfr. 2 Petr. 1,4) gebeurt door de dagelijkse gebeurtenissen van het leven waarin Hij altijd aanwezig is (cfr. Bar. 3,38). Nochtans zijn er ogenblikken waarin wij kunnen verleid worden het geluk ver weg van God te zoeken. Jezus zelf vraagt aan de Twaalf: “Wilt ook gij soms heengaan?” (Joh. 6,67). Zo een verwijdering geeft misschien de illusie van vrijheid. Maar waarheen leidt ze? Naar wie kunnen wij gaan? In ons hart weten wij namelijk dat alleen de Heer “woorden van eeuwig leven” heeft (Joh. 6,67-69). Zich van Hem verwijderen is slechts een nutteloze poging om voor onszelf te vluchten (cfr. Heilige Augustinus, Belijdenissen VIII, 7). God is met ons in de werkelijkheid van het leven en niet in onze verbeelding! Zich met de werkelijkheid confronteren, er niet voor vluchten, dat is het wat wij willen! Daarom trekt de Heilige Geest ons met fijngevoeligheid, maar ook vastberaden, naar wat werkelijk, duurzaam, waarachtig is. Het is de Geest die ons in gemeenschap met de Heilige Drie-eenheid brengt.

De Heilige Geest is op zekere manier de vergetene geweest van de Heilige Drie-eenheid. Een duidelijk begrip van Zijn Persoon valt bijna buiten onze mogelijkheden. Nochtans, toen ik een kleine jongen was, hebben mijn ouders mij, zoals de uwe, het kruisteken leren maken. Zo heb ik al vlug begrepen dat er een God is in drie Personen en dat de Drie-eenheid de kern van ons geloof en van het christenleven is. Toen ik in mijn geloof een zeker begrip had van God de Vader en God de Zoon – hun namen spreken reeds voor zich – bleef mijn begrip van de derde Persoon van de Drie-eenheid zwak. Daarom heb ik als jonge priester, belast met onderricht in theologie, besloten om de grote getuigen van de Geest uit de Kerkgeschiedenis te bestuderen. Zo ben ik onder andere de grote heilige Augustinus gaan lezen.

Zijn begrip van de Heilige Geest kwam geleidelijk; het was een strijd. Op jonge leeftijd was hij aanhanger geworden van het manicheïsme – één van de pogingen waarover ik zojuist gesproken heb, om een spirituele utopie te scheppen door het geestelijke te scheiden van het stoffelijke. Bijgevolg stond hij aanvankelijk wantrouwig tegenover de christelijke leer over de menswording van God. Nochtans, zijn ervaring van Gods liefde in de Kerk, bracht hem ertoe de bron ervan te zoeken in het leven van de Drie-ene God. Dat gaf hem drie bijzondere intuïties over de Heilige Geest, als band van eenheid in de schoot van de Heilige Drie-eenheid: eenheid als gemeenschap, eenheid als duurzame liefde, eenheid als gave - gegeven en ontvangen. Deze drie intuïties zijn niet alleen theoretisch. Zij zijn een hulp om in te zien hoe de Geest werkt. In een wereld waarin zowel individu’s als gemeenschappen dikwijls lijden onder het gebrek aan eenheid en samenhang, helpen zo’n intuïties ons om afgestemd te blijven op de Geest en om de aard van ons getuigenis te ontvouwen en te verduidelijken.

Proberen we dan met de hulp van de heilige Augustinus enkele aspecten van de werking van de Heilige Geest te illustreren. Hij merkt op dat de twee woorden “Geest” en “Heilig” in verband staan met wat eigen is aan de Goddelijke natuur; met andere woorden, met wat gedeeld wordt door de Vader en de Zoon, met hun gemeenschap. Bijgevolg, indien de eigenheid van de Geest erin bestaat te zijn wat door de Vader en de Zoon gedeeld wordt, dan besluit Augustinus daaruit dat de bijzondere eigenschap van de Geest, de eenheid is. Een eenheid van beleefde gemeenschap: een eenheid van personen in een wederzijdse relatie van constante gave: de Vader en de Zoon die zich aan elkaar geven. Zo beginnen wij, denk ik, te zien hoe verhelderend dit verstaan van de Heilige Geest als eenheid, als gemeenschap is. Ware eenheid kan nooit gefundeerd zijn op relaties die de gelijkwaardigheid van de andere personen negeren. Eenheid is evenmin gewoon maar de som van de groepen waarmee wij soms onszelf willen definiëren. Inderdaad, alleen in het gemeenschapsleven wordt de eenheid gehandhaafd, daar realiseert de identiteit van de mens zich ten volle: wij erkennen onze gezamenlijke nood aan God, wij beantwoorden de één makende aanwezigheid van de Heilige Geest en door dienstbaarheid geven wij ons leven voor elkaar.

De tweede intuïtie van Augustinus – die van de Heilige Geest als duurzame liefde – komt uit de studie die hij maakte van de Eerste Brief van de Heilige Johannes, daar waar de schrijver zegt dat God liefde is (1 Joh. 4,16). Augustinus suggereert dat deze woorden, die naar de Drie-eenheid in Haar geheel verwijzen, ook moeten begrepen worden als de uitdrukking van een bijzondere eigenschap van de Heilige Geest. Nadenkend over de eeuwigheid van de liefde – “wie in de liefde woont, woont in God” (ibid.) – vraagt Augustinus zich af: is het de liefde of de Geest die de voortdurende gave waarborgt? En dit is zijn besluit: “De Heilige Geest doet ons in God wonen en God in ons, maar het is de liefde die er de oorzaak van is. Dus, de Geest is God als liefde!” (De Trinitate 15,17,31). Het is een prachtige uitleg: God deelt zichzelf mee als liefde in de Heilige Geest. Wat kunnen wij op basis van deze intuïtie nóg weten? De liefde is het teken van de aanwezigheid van de Heilige Geest! Gedachten en woorden zonder liefde – ook al lijken ze elegant of wijs – kunnen niet van de Geest zijn. Meer nog, de liefde heeft een bijzondere eigenschap, ver van toegeeflijk of welbespraakt te zijn, heeft zij een taak of doel te vervullen: te blijven. Van nature is liefde duurzaam. Nogmaals, geliefde vrienden, laat ons een laatste blik werpen op wat de Heilige Geest aan de wereld biedt: liefde die onzekerheid wegneemt; liefde die de schrik voor ontrouw overstijgt; liefde die de eeuwigheid in zich heeft; ware liefde die ons binnenbrengt in een eenheid die blijvend is!

De derde intuïtie – de Heilige Geest als gave – leidt Augustinus af van zijn overweging van een Evangelietekst, die wij allemaal kennen en waarvan we houden: het gesprek van Christus met de Samaritaanse bij de bron. Daar laat Jezus zich kennen als Degene die levend water geeft (cfr. Joh. 4,10), water dat vervolgens gedefinieerd wordt als de Geest (cfr. Joh. 7,39; 1 Kor. 12,13). De Geest is “de gave Gods” (Joh. 4,20) – de innerlijke bron (cfr. Joh. 4,14) – die werkelijk onze diepste dorst laaft en ons naar de Vader leidt. Vanuit die opmerking besluit Augustinus, de God die zich aan ons overlevert als gave, is de Heilige Geest (cfr. De Trinitate, 15,18,32). Geliefde vrienden, overlopen we nog eens hoe de Drie-eenheid te werk gaat: de Heilige Geest is God die zich eeuwig geeft, als een nooit opdrogende bron, Hij geeft niets minder dan zichzelf. Als we die onophoudelijke gave bekijken, beginnen we de beperktheid te zien van al het vergankelijke, de dwaasheid van de consumptiementaliteit. Wij beginnen meer bepaald te begrijpen waarom het zoeken van nieuwigheden ons ontevreden maakt en opnieuw naar iets anders doet verlangen. Zoeken wij niet een eeuwige gave? De bron die nooit uitgeput raakt? Met de Samaritaanse roepen wij uit: “Geef mij van dat water, zodat ik geen dorst meer krijg” (Joh. 4,15)!

Geliefde jongeren, zoals wij gezien hebben, brengt de Heilige Geest de wonderbare gemeenschap tot stand van hen die in Jezus Christus geloven. Hij staat aan de oorsprong van onze eenheid die tot stand komt door de liefde (cfr. Catechismus van de Katholieke Kerk, 813-4). Trouw aan Zijn natuur van Gever en tezelfdertijd van Gave, is Hij nu door u werkzaam. Nu u verlicht bent door de intuïties van de heilige Augustinus, zorg ervoor dat de één makende liefde uw maatstaf zij; dat de duurzame liefde uw uitdaging zij; dat de zichzelf gevende liefde uw zending zij!

Morgen zal de gave van de Geest plechtig toevertrouwd worden aan de vormelingen. Ik zal bidden: “Geef hen de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en sterkte, de geest van inzicht en mededogen en vervul hen met de geest van uw heilige vrees”. Deze gaven van de Geest, waarvan ieder – zo zegt ons de heilige Franciscus van Sales – een manier van deelname is aan de unieke liefde van God – zijn geen beloning noch een blijk van dank. Ze worden eenvoudigweg gegeven (cfr. 1 Kor. 12,11). En zij vereisen vanwege degene die ze ontvangt, één enkel antwoord: “ik aanvaard”! Hier bemerken wij iets van het diepe mysterie dat christen zijn is. Wat ons geloof uitmaakt, is in de eerste plaats niet wat we doen, maar wat we ontvangen. Want inderdaad, het is mogelijk dat edelmoedige mensen, die geen christen zijn, veel meer doen dan wij. Vrienden, wil u vertrouwd worden met het Trinitaire leven van God? Wil u vertrouwd worden met Zijn liefdesgemeenschap ?

De gaven van de Geest in ons, richten en bepalen ons getuigenis. Door hun aard, op eenheid gericht, verbinden de gaven van de Geest ons nog inniger met het Lichaam van Christus in zijn geheel (cfr. Lumen Gentium, 4) door ons bekwamer te maken om de Kerk op te bouwen en zo dienstbaar te zijn voor de wereld (cfr. Ef. 4,13). Zij zijn een oproep om actief en met vreugde deel te nemen aan het leven van de Kerk: in parochies en kerkelijke bewegingen, in cursussen van godsdienstige vorming, in universitaire verenigingen en andere katholieke organisaties. Ja, de Kerk moeten groeien in eenheid, zij moet sterker worden in heiligheid, zich verjongen en voortdurend vernieuwen (cfr. Lumen Gentium, 4). Maar volgens welke criteria? Die van de Heilige Geest! Richt u tot Hem, geliefde jongeren, en u zal de ware betekenis van vernieuwing ontdekken.

Vanavond, onder deze heerlijke sterrenhemel verzameld, zijn ons hart en geest van dankbaarheid tegenover God vervuld voor de immense gave van ons geloof in de Drie-eenheid. Gedenken wij onze ouders en grootouders, die aan onze zijde stonden toen wij als kind de eerste stappen van onze weg in het geloof gingen. Nu, vele jaren later, bent u als jongvolwassenen samen rond de opvolger van Petrus. Bij u zijn, vervult me met vreugde. Roepen wij de Heilige Geest aan: Hij is Degene die Gods werken tot stand brengt (cfr. Catechismus van de Katholieke Kerk, 741). Laat u door Zijn gaven vormen! Zoals de Kerk dezelfde reis aflegt als de mensheid, zo bent ook u geroepen om de gaven van de Geest te beoefenen bij de wederwaardigheden van het dagelijks leven. Zorg ervoor dat uw geloof rijpt doorheen uw studie, het werk, de sport, de muziek, de kunst. Zorg ervoor dat het onderhouden wordt door het gebed en gevoed door de sacramenten, om zo een inspiratiebron en steun te zijn voor degenen die u omringen. Werkelijk, het leven is niet gewoon maar opstapelen, het is veel meer dan succes. Echt leven, is innerlijk omgevormd zijn, open staan voor de kracht van Gods liefde. Door de kracht van de Heilige Geest te ontvangen, kan u ook uw familie, uw gemeenschap, uw land veranderen. Maak die gaven vrij! Zorg ervoor dat wijsheid, verstand, morele sterkte, inzicht en vroomheid, de tekens zijn van uw grootheid!

En nu, nu wij ons klaarmaken om het Allerheiligste Sacrament te aanbidden, in stilte en verwachtend, herhaal ik u de woorden van de zalige Mary MacKillop toen zij pas zesentwintig geworden was: “Geloof wat God u in het hart fluistert!”. Geloof Hem! Geloof in de kracht van de Geest van liefde!

Na de tijd voor aanbidding die de jongeren aangeboden werd, begroette de Paus de jongeren in verschillende talen. In het Frans zei hij:
Geliefde jongeren ..., u  bent vanavond komen bidden tot de Heilige Geest. Zijn stille aanwezigheid in uw hart zal u geleidelijk het plan doen begrijpen dat God met u heeft. Moge Hij u in uw dagelijks leven begeleiden en u een betere kennis van God en van uw naaste geven! Hij is het, die u vanuit het diepste van uw wezen naar de enige Goddelijke Waarheid voert en die u waarlijk als broeders onder mekaar laat leven.