Benedictus XVI: homilie in de H.Mis met de Australische bisschoppen, seminaristen en novicen

 

Sydney, St. Mary’s Cathedral, 19 juli 2008

 

Geliefde broeders en zusters,

Het is mij een vreugde, in deze statige kathedraal mijn broeders bisschoppen en priesters te begroeten, diakens, religieuzen en leken van het aartsbisdom Sydney. Heel in het bijzonder, richt ik mijn groeten tot de seminaristen en jonge religieuzen, hier onder ons aanwezig. Zoals de jonge Israëlieten uit de eerste lezing van deze dag, zijn zij een teken van hoop en vernieuwing voor het volk Gods; en zoals de jonge Israëlieten, zullen ook zij de plicht hebben het huis van God op te bouwen voor de volgende generatie. Hoe zouden wij bij het bewonderen van dit prachtig gebouw, de talloze priesters, religieuzen en leken gelovigen kunnen vergeten die, ieder volgens zijn eigen roeping, bijgedragen hebben tot de opbouw van de Kerk in Australië? Onze gedachten gaan in het bijzonder uit naar de families van kolonialen aan wie de priester Jeremiah O’Flynn het Heilig Sacrament toevertrouwde op het ogenblik van zijn vertrek, een “kleine kudde”, die het bewaren van deze kostbare schat ter harte nam, door hem toe te vertrouwen aan de volgende generatie die dit grote tabernakel ter ere van God heeft opgericht. Wij verheugen ons over hun trouw en volharding en zetten ons in om hun inspanningen voort te zetten voor de verspreiding van het Evangelie, de bekering van de harten en de groei van de Kerk in heiligheid, eenheid en naastenliefde!

Wij maken ons klaar om het nieuwe altaar van deze eerbiedwaardige kathedraal in te wijden. Zoals het gebeeldhouwde voorpaneel duidelijk laat zien, is ieder altaar het symbool van Jezus Christus, die in Zijn Kerk aanwezig is als priester, altaar en slachtoffer (cfr. Prefatie van Pasen, nr. 5). Gekruisigd, begraven en verrezen uit de doden, terug levend geworden in de Geest en gezeten aan de rechterhand van de Vader, is Christus onze Hogepriester geworden, die eeuwig voor ons pleit. In de liturgie van de Kerk en vooral in het Misoffer dat op alle altaren ter wereld voltrokken wordt, nodigt Hij ons als leden van Zijn mystiek Lichaam uit om deel te nemen aan Zijn vrijwillig offer. Hij roept ons, priesterlijk volk van het nieuwe en eeuwige Verbond, om in vereniging met Hem onze dagelijkse offers op te dragen voor het heil van de wereld.

In de liturgie van vandaag herinnert de Kerk ons eraan dat ook wij, evenals dit altaar, gewijd werden, “apart gezet” voor de dienst aan God en de opbouw van Zijn Rijk. Te dikwijls worden we echter ondergedompeld in een wereld die God zou willen “opzij” zetten. In naam van de vrijheid en de autonomie van de mens, wordt Gods Naam verzwegen, wordt godsdienst herleid tot een persoonlijke devotie en het geloof uit het openbaar leven geweerd. Soms kan een soortgelijke mentaliteit, die helemaal tegengesteld is aan de essentie van het Evangelie, ons begrip van de Kerk en haar zending zelfs verduisteren. Ook wij kunnen bekoord worden om het geloofsleven te beperken tot een simpele gevoelskwestie, waardoor we de mogelijkheid van het geloof verkleinen om een samenhangende kijk op de wereld te inspireren en een strikte dialoog te voeren met de vele andere visies die wedijveren om de geesten en harten van onze tijdgenoten te winnen.

Nochtans, de geschiedenis, ook die van onze tijd, toont ons dat de vraag naar God nooit kan gesmoord worden, en dat onverschilligheid voor de religieuze dimensie van het menselijk bestaan, tenslotte de mens zelf tekort doet en verraadt. Is dat niet de boodschap van de verrassende architectuur van deze kathedraal? Is dat niet het geloofsmysterie dat aan dit altaar bij elke Eucharistieviering verkondigd wordt? Het geloof leert ons dat wij in Jezus Christus, het mens geworden Woord, de grootheid leren verstaan van onze eigen mensheid, het mysterie van ons leven op aarde en de sublieme bestemming die ons in de hemel wacht (cfr. Gaudium et Spes, nr. 24). Het geloof leert ons onder andere dat wij Gods schepselen zijn, naar Zijn beeld en gelijkenis gemaakt, begiftigd met een onschendbare waardigheid en geroepen tot het eeuwig leven. Daar waar de mens tekort gedaan wordt, wordt de wereld die ons omringt, tekort gedaan; zij verliest haar uiteindelijke betekenis en verwijdert zich van haar doel. Wat daaruit vooruitkomt, is niet een cultuur van het leven maar van de dood. Hoe kan men zo iets “vooruitgang” noemen? In tegendeel, het is een stap achteruit, een vorm van achteruitgang die tenslotte de bronnen zelf van het leven opdroogt, voor het individu en heel de samenleving.

Wij weten dat op het einde – wat de heilige Ignatius van Loyola zo duidelijk gezien heeft – de enige ware standaard waaraan heel de menselijke realiteit kan gemeten worden, het kruis is en zijn onverdiende liefdesboodschap die triomfeert over het kwaad, de zonde en de dood en die nieuw leven en eeuwige vreugde voortbrengt. Het kruis laat zien dat wij onszelf alleen terugvinden door ons leven te geven, door Gods liefde te aanvaarden als een onverdiende gave en door iedere man en vrouw tot de schoonheid van deze liefde te brengen en tot het licht van de waarheid, de enige die de wereld heil brengt.

In deze waarheid – mysterie van het geloof – werden wij gewijd (cfr. Joh. 17,17-19) en in deze waarheid werden wij geroepen om te groeien met de hulp van Gods genade, in dagelijkse trouw aan Zijn woord, in de schoot van de levengevende gemeenschap van de Kerk. Nochtans, hoe moeilijk is de weg der wijding! Hij vereist voortdurende “bekering”, sterven aan zichzelf, de voorwaarde om volledig aan God toe te behoren, een omvorming van geest en hart die ware vrijheid en nieuwe onbekrompenheid geeft. De liturgie van vandaag biedt ons een welsprekend symbool van deze progressieve spirituele omvorming, waartoe ieder van ons geroepen is. Van de besprenkeling met water, de verkondiging van Gods woord, de aanroeping van alle heiligen, tot het gebed van de consecratie, de wijding en zuivering van het altaar, de versiering ervan met wit linnen en licht – al die rituelen nodigen ons uit onze eigen wijding van het doopsel te herbeleven. Zij nodigen ons uit de zonde en valse verleidingen af te stoten en onze dorst steeds meer te lessen aan de levengevende bron van Gods genade.

Geliefde vrienden, moge deze viering, in aanwezigheid van de opvolger van Petrus, een tijd zijn van een nieuwe wijding en vernieuwing van heel de Kerk in Australië! Ik zou hier enkele ogenblikken willen halt houden om de schaamte ter sprake te brengen, die wij allen ervaren hebben ten gevolge van het seksuele misbruik van minderjarigen door enkele priesters en religieuzen van dit land. Ik ben werkelijk diep bedroefd door de pijn en het lijden dat de slachtoffers hebben beleefd en verzeker hen dat ik hun leed, in mijn hoedanigheid van Herder, deel. Deze wandaden die een zware schending van het vertrouwen zijn, moeten zonder twijfel veroordeeld worden. Zij hebben groot leed veroorzaakt en hebben bijgedragen tot vooroordelen tegenover het getuigenis van de Kerk. Ik vraag ieder van u uw bisschoppen te steunen en bij te staan en met hen samen te werken om dit kwaad te bestrijden. De slachtoffers moeten medelijden en zorgen krijgen en degenen die voor dit kwaad verantwoordelijk zijn, moeten voor het gerecht verschijnen. Het is een noodzakelijke prioriteit, te zorgen voor een omgeving die meer zekerheid en evenwichtigheid biedt, vooral voor de jeugd. Deze dagen, die in het teken staan van de viering van de Wereldjongerendagen, worden wij uitgenodigd om na te denken over deze kostbare schat – onze jongeren - die ons toevertrouwd werden, en hoezeer hun opvoeding en begeleiding een belangrijk deel is van de zending van de Kerk in dit land. Terwijl de Kerk in Australië deze ernstige pastorale uitdaging, in de geest van het Evangelie, het hoofd blijft bieden, verenig ik mij met u in gebed opdat deze tijd van uitzuivering genezing zou brengen, verzoening en steeds grotere trouw aan de morele eisen van het Evangelie.

Ik zou mij nu tot de seminaristen en jonge religieuzen onder ons willen richten om hun mijn genegenheid en bemoediging te tonen. Geliefde vrienden, met grote edelmoedigheid gaat gij een bijzondere weg van wijding, geworteld in uw doopsel, als antwoord op de persoonlijke oproep van de Heer. U heeft zich, langs verschillende wegen, geëngageerd om de uitnodiging van Christus te aanvaarden door Hem te volgen, alles te verlaten en uw leven te wijden aan het zoeken van heiligheid en aan de dienst van Zijn volk.

In het Evangelie van vandaag, roept de Heer ons op om in het licht te geloven (cfr. Joh. 12,36). Geliefde jongeren, seminaristen en religieuzen, Zijn woorden hebben een bijzondere betekenis voor u. Zij zijn een oproep om vertrouwen te hebben in de waarheid van het Woord Gods en om vast te hopen op de verwezenlijking van Zijn beloften. Zij zijn een uitnodiging om met de ogen van het geloof, het onfeilbaar werk van Zijn genade om ons heen ons te zien, zelfs in deze duistere ogenblikken waarop al onze inspanningen tevergeefs lijken. Moge dit altaar met het zeer suggestieve beeld van de lijdende Dienaar, voor u een constante inspiratie zijn. Iedere trouwe volgeling ervaart op sommige ogenblikken de hitte en last van de dag (Mt. 20,12) en vecht om een profetisch getuigenis te geven aan een wereld die doof lijkt voor de eisen van Gods woord. Vrees echter niet! Geloof in het licht! Aanvaard de waarheid die wij vandaag in de tweede lezing gehoord hebben, met heel uw hart: “Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid” (Hebr. 13,8). Het licht van Pasen blijft de duisternis verjagen!

De Heer roept ons op in het licht te wandelen (cfr. Joh. 12,35). Ieder van u heeft de grootste en heerlijkste aller veldslagen ondernomen, die van toewijding aan de waarheid, groei in de deugd, tot harmonie komen tussen enerzijds gedachten en idealen en anderzijds tussen woorden en daden. Onderhoudt oprecht en ernstig de discipline en de geest van uw opleiding. Wandel elke dag in het licht van Christus door trouw te zijn aan het persoonlijk en het liturgisch gebed, gevoed door de overweging van het woord, dat door God geïnspireerd is. De Kerkvaders zagen de Schriften graag als een spiritueel paradijs, een tuin waarin wij vrij met God kunnen wandelen, de schoonheid en harmonie van Zijn heilsplan bewonderen, dat vruchten draagt in ons eigen leven, in het leven van de Kerk en in heel de geschiedenis. Moge het gebed en de overweging van het woord Gods, de lamp zijn die verlicht, zuivert en uw stappen leidt op de weg die de Heer voor u bereid heeft! Maak van de dagelijkse Eucharistieviering het centrum van uw leven. Telkens wanneer in de Mis, op het einde van het Eucharistisch hooggebed, het Lichaam en Bloed van de Heer opgeheven worden, verhef dan uw hart en uw leven in Christus, met Hem en door Hem, in de eenheid van de Heilige Geest, als een offer dat God de Vader aangenaam is.

Zo zal u, geliefde jongeren, seminaristen en religieuzen, zelf een levend altaar worden, waarop het offer van Christus’ liefde aanwezig zal gebracht worden als een model en bron van spiritueel voedsel voor iedereen die u zal ontmoeten. Door in te gaan op de roeping van de Heer om Hem te volgen in kuisheid, armoede en gehoorzaamheid, heeft u als volgelingen, een radicale stap gezet die u tot “een teken van tegenspraak” zal  maken (cfr. Lc. 2,34) voor velen van uw tijdgenoten. Modelleer uw leven dagelijks op de vrije offergave vol van de liefde van de Heer, in gehoorzaamheid aan de wil van de Vader. Zo zal u de vrijheid en vreugde ontdekken die deze liefde voor anderen aantrekkelijk kan maken, de Liefde die boven iedere andere liefde staat en er de bron en uiteindelijke voltooiing van is. Vergeet nooit dat kuisheid voor het Koninkrijk wil zeggen, een leven leiden dat helemaal aan liefhebben gewijd is. Liefhebben stelt u in staat om u zonder voorbehoud te wijden aan de dienst voor God om helemaal aanwezig te zijn voor uw broeders en zusters, vooral voor degenen die in nood zijn. De grootste schatten die u met andere jongeren deelt – uw idealisme, edelmoedigheid, uw tijd en energie – zijn de ware offers die u op het altaar van de Heer legt. Moge u dat prachtig charisma van God, dat Hij u tot Zijn glorie en voor de opbouw van de Kerk gegeven heeft, altijd koesteren!

Geliefde vrienden, laat mij deze overwegingen beëindigen door uw aandacht te vestigen op het grote glasraam dat zich bevindt in het koor van deze kathedraal. De Maagd Maria, Koningin van de Hemel, is er verheven voorgesteld, zittend op de troon naast Haar Goddelijke Zoon. De kunstenaar heeft Maria voorgesteld als nieuwe Eva, die aan Christus, de nieuwe Adam, een appel aanbiedt. Dit gebaar symboliseert de omkering die zij bewerkt heeft van de ongehoorzaamheid van onze eerste ouders, de overvloedige vrucht die Gods genade in Haar leven gebracht heeft, en de eerste vruchten van dit verloste en verheerlijkte leven waarmee Zij in de glorie van het Paradijs is voorgegaan. Vragen wij aan Maria, Hulp van de christenen, de Kerk in Australië te steunen in de trouw aan deze genade waardoor de gekruisigde Heer heel de schepping en ieder mensenhart tot zich blijft trekken (cfr. Joh. 12,32). Moge de kracht van Zijn Heilige Geest de gelovigen in de waarheid wijden, overvloedige vruchten van heiligheid en gerechtigheid voortbrengen voor de verlossing van de wereld, en de hele mensheid leiden naar de volheid van leven rondom dit altaar waar wij, in de glorie van de hemelse liturgie, geroepen zijn om Gods lof voor eeuwig te zingen. Amen.