Toespraak van Benedictus XVI tot probleemjongeren die deelnemen aan het “Alive”-programma

 

H.Hartkerk aan de Notre-Dame universiteit te Sydney, 18 juli 2008

 

Geliefde jongeren,

Ik bevind mij vandaag met genoegen, in Darlinghurst in uw midden, en ik groet van harte alle deelnemers aan het “Alive”-programma evenals het personeel dat er de leiding van heeft. Ik bid de Heer dat u allen mag genieten van de steun van het Social Services Agency van het aartsbisdom Sydney en dat het goede werk dat hier gerealiseerd werd, in de toekomst kan doorgaan.

De naam die gegeven werd aan het programma dat u volgt, brengt ons tot de vraag: wat is eigenlijk de betekenis van “levend” zijn, ten volle leven? Dat willen wij allemaal, vooral wie jong is, en dat wil Christus voor ons allen. Hij heeft inderdaad gezegd: “Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed” (Joh. 10,10). Het diepste instinct in ieder levend wezen, is in leven te blijven, te groeien, zich te ontwikkelen, en de gave van het leven aan anderen door te geven. Daaruit volgt, dat het heel natuurlijk is zich vragen te stellen over de beste manier om dat allemaal te beleven.

Voor het volk van het Oude Testament was deze vraag even dringend als voor ons vandaag. Zonder twijfel, luisterde het met aandacht wanneer Mozes zei: “Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek. Kies dan het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten, door Jahwe uw God te beminnen, naar Hem te luisteren en aan Hem gehecht te blijven. Want daarvan hangt het af, of gij zult leven” (Deut. 30,19-20). Wat zij te doen hadden, was duidelijk: zij moesten zich afkeren van de andere goden en de ware God aanbidden die zich aan Mozes had geopenbaard en zij moesten aan Zijn geboden gehoorzamen. Wellicht denkt u dat het weinig waarschijnlijk is dat in de wereld van vandaag, mensen andere goden aanbidden. Maar het gebeurt dat mensen andere goden aanbidden, zonder dat ze er zich rekenschap van geven. Valse goden, hoe hun naam, beeld of vorm ook is, die wij hen toekennen, ze zijn bijna altijd verbonden met het vereren van drie realiteiten: materieel bezit, bezitterige liefde, macht. Laat mij u uitleggen wat ik bedoel.

Materieel bezit in zich, is goed. Wij zouden niet lang overleven zonder geld, kleding en huisvesting. Om te leven hebben wij voedsel nodig. Maar als we begerig zijn, als we met de hongerige weigeren te delen wat we hebben, dan maken we van dat bezit een valse god. Hoeveel stemmen gaan in onze materialistische samenleving op die zeggen, dat geluk ligt in het aanschaffen van zoveel mogelijk bezit en luxe! Doch dat betekent, van bezit een valse god maken. In plaats van leven te geven, geeft het de dood.

Authentieke liefde is zeker goed. Zonder haar, zou het leven moeilijk de moeite lonen om geleefd te worden. Liefde realiseert onze diepste verzuchting; als we liefhebben, worden we meer onszelf, worden we menselijker. Maar hoe gemakkelijk wordt liefde vervormd in een valse god! Dikwijls denken de mensen dat zij liefhebben, terwijl zij in werkelijkheid de andere willen bezitten of naar hun hand te zetten. Soms behandelen mensen de andere als een voorwerp om hun behoeften te voldoen, eerder dan als een persoon die waardering en liefde verdient. Hoe gemakkelijk vergist men zich door de vele stemmen die in onze samenleving opkomen voor een permissieve benadering van de seksualiteit, zonder aandacht voor schroom, zelfrespect en morele waarden die aan de menselijke relaties hun kwaliteit verlenen! Dat is een valse god vereren. In plaats van leven te geven, geeft het de dood.

De macht die God ons gegeven heeft om de wereld rondom ons vorm te geven, is zeker goed. Op een gepaste en verantwoorde manier gebruikt, stelt ze ons in staat het leven van de mensen te veranderen. Alle gemeenschappen hebben nood aan goede leiders. Maar hoe sterk is de bekoring om zich aan de macht zelf te hechten, de anderen te willen domineren of het natuurlijk milieu uit te buiten voor eigen egoïstische behoeften! Zo maakt men van de macht een valse god. In plaats van leven te geven, geeft dat de dood.

De cultus van materieel bezit, de cultus van bezitterige liefde en de cultus van de macht maken dat mensen zich dikwijls als een god gedragen: zij proberen alles onder controle te krijgen, zonder enige aandacht voor de wijsheid en de geboden die God ons heeft leren kennen. Dat is de weg die naar de dood leidt. Aanbidding van de enige en ware God daarentegen, betekent in Hem de bron erkennen van al wat goed is, zich aan Hem toevertrouwen, zich openstellen voor de genezende kracht van Zijn genade en gehoorzamen aan Zijn geboden: dat is de weg ten leven.

Een helder voorbeeld van wat het betekent, de weg van de dood op te geven om de weg van het leven te gaan, wordt ons gegeven in een bladzijde van het Evangelie die u allen goed kent: de parabel van de verloren zoon. Wanneer aan het begin van het verhaal, deze jonge man het huis van zijn vader verlaat, is hij op zoek naar denkbeeldig plezier, beloofd door valse goden. Hij verspilde zijn erfenis in een ontspoord leven en bevond zich uiteindelijk in een toestand van ellendige armoede. Wanneer hij op de bodem van de put zat, hongerig en verlaten, begreep hij hoe dwaas hij geweest was om zijn vader die hem liefhad, te verlaten. Nederig keerde hij naar huis terug en vroeg vergiffenis. De vader omhelsde hem vol vreugde en riep uit: “deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden” (Lc. 15,24).

Velen van u hebben de ervaring van deze jonge man persoonlijk beleefd. Misschien heeft u keuzes gemaakt waar u vandaag spijt over heeft, keuzes die u op een weg gezet hebben, die u toen heel aantrekkelijk leek, maar die u alleen nog diepere ellende en verlatenheid gebracht heeft. De keuze om drugs en alcohol te misbruiken, u in te laten met crimineel of zelfvernietigend gedrag, leek u toen een uitweg uit een moeilijke of verwarde situatie. Nu weet u, dat ze eerder dood dan leven geven. Ik verheug me om de moed die u aan de dag gelegd hebt om terug te keren op de weg van het leven, zoals de jonge man uit de parabel. U heeft hulp aanvaard: van vrienden of ouders, van het personeel van het “Alive”-programma en van hen die uw welzijn en geluk werkelijk ter harte nemen.

Geliefde vrienden, ik zie in u ambassadeurs van de hoop voor al degenen die zich in gelijkaardige situaties bevinden. U kan hen ervan overtuigen, de weg van het leven te kiezen en de weg van de dood te verlaten, omdat u uit ervaring spreekt. In alle Evangelies, zijn degenen die verkeerde keuzes gemaakt hebben, degenen die bijzonder door Jezus bemind worden, omdat zij, wanneer zij zich van hun fout rekenschap gegeven hebben, meer openstaan voor Zijn genezend woord dan de anderen. Jezus werd inderdaad dikwijls bekritiseerd door de zogenaamde rechtvaardigen, omdat Hij te veel tijd in hun gezelschap doorbracht. “Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?” Hij hoorde dit en zei: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken ... Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.” (cfr. Mt. 9,11-13). Degenen die hun leven opnieuw verlangden op te bouwen, waren het meest bereid om naar Jezus te luisteren en Zijn volgeling te worden. U kunt hun spoor volgen; ook u in het bijzonder kan dichter tot Jezus komen, juist omdat u ervoor gekozen heeft naar Hem terug te keren. U kan er zeker van zijn dat Jezus u, zoals de vader in de parabel van de verloren zoon, met open armen opneemt. Hij biedt u Zijn onvoorwaardelijke liefde: en het is in die diepe vriendschap met Hem dat de volheid van leven ligt.

Ik heb zojuist gezegd dat wanneer wij liefhebben, wij onze diepste verzuchtingen realiseren en meer onszelf worden, menselijker worden. Liefhebben, daarvoor zijn wij gemaakt, daarvoor heeft de Schepper ons bestemd. Natuurlijk spreek ik niet over vluchtige, oppervlakkige relaties, ik spreek over ware liefde, die de kern is van het morele onderricht van Jezus: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel  uw verstand en geheel uw kracht” en “gij zult uw naaste beminnen als uzelf” (cfr. Mc. 12,30-31). Daarin ligt, om zo te zeggen, het programma dat in het diepste van iedere mens geschreven staat. Hadden wij maar de wijsheid en edelmoedigheid ons ernaar te richten, waren wij maar bereid afstand te doen van onze voorkeur om ons ten dienste van de anderen te stellen, om ons leven te geven voor het welzijn van de andere, in de eerste plaats voor Jezus die ons liefheeft en voor ons Zijn leven gegeven heeft. Daar zijn de mensen toe geroepen, en dat betekent echt leven.

Geliefde jongeren, de boodschap die ik vandaag tot u richt is dezelfde die Mozes lange tijd geleden gesproken heeft. “Kies dan het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten, door Jahwe uw God te beminnen”. Moge Zijn Geest u leiden op de weg van het leven, om aan Zijn geboden te gehoorzamen, Zijn onderricht te volgen, verkeerde keuzes die alleen naar de dood leiden, los te laten en u in te zetten voor het volle leven in vriendschap met Jezus Christus! Kies in de kracht van de Heilige Geest, voor het leven en voor de liefde, en wees in de wereld getuigen van de vreugde die eruit voortkomt. Dat is mijn gebed voor ieder van u op deze Wereldjongerendag. God zegene u allen!